Mannen helpen mannen

(week 27 – 2011) – Eén van de grote uitdagingen waarvoor de gemeente van Christus zich geplaatst ziet, is de opvang en training van mannen. In vele delen van de wereld staan mannen in de minderheid wat het kerkbezoek betreft. Mannen tonen over het algemeen minder interesse in het evangelie dan vrouwen, en ook als ze tot geloof komen, blijkt toch – uitzonderingen daargelaten – dat de vrouwen veel vuriger zijn.
Gelukkig heeft onze hemelse Vader de man niet opgegeven. Hij ziet de man zitten en maakt heel graag gebruik van zijn diensten. Verreweg de meeste voorgangers, die duidelijk een roeping van God voor hun leven hebben, zijn mannen. Toch denk ik dat de Here veel meer mannen op het oog heeft en dat het een gezonde zaak zou zijn, als het aantal mannen en vrouwen in de gemeente Gods in balans zou zijn. Moeten we passief blijven toekijken en wachten totdat er betere tijden komen, of moeten we ervan uitgaan dat de kwaliteit van het evangelie voldoende is, en onszelf onderzoeken en nagaan waarom de mannen niet in grotere getale komen?
Uit de praktijk blijkt, dat het merendeel van de wegblijvers onder de mannen een verkeerd vaderbeeld heeft en daardoor geen andere man, ook al is het de Here Jezus, wenst te accepteren. Ze hebben nooit die echte warme vaderliefde geproefd; ze hebben hem leren kennen als iemand die streng is, die schreeuwt, die weinig aanwezig is en nooit tijd voor hen heeft, als iemand die nooit huilt. Ze zijn in hun kinderjaren nooit door vader geknuffeld.
Weer anderen zien een vader als de man, die hun hardwerkende moeder steeds sloeg. Of als de man die af en toe thuiskwam, maar verder in geen velden of wegen te bekennen was. Hij was de man die niet voor hen zorgde en nooit een cadeau voor hen kocht. Hun vaderbeeld is volkomen scheef gegroeid. Ik ken mannen – we hebben er ook enkele in onze gemeente – die er moeite mee hebben hun voorganger te vertrouwen en te accepteren. Ze beschouwen de kerk als een instelling waar mannen de baas (willen) spelen en zien haar eerder als een bedreiging, dan als een plaats waar liefde heerst.
Ik denk dat de gemeente er alles aan moet doen om de mannen op een positieve wijze te benaderen. En degenen die dit het beste kunnen doen, zijn de mannen zelf. Onze mannen kunnen bijvoorbeeld beginnen met het sluiten van vriendschappen. Ik ben van mening dat goede en reine vriendschappen tussen mannen mogelijk moeten zijn. Sommigen hebben er moeite mee, omdat ze geïndoctrineerd zijn door de wereld, die bij een hechte vriendschap tussen mannen meteen denkt dat het om homo’s gaat. David en Jonathan waren goede vrienden. Die vriendschap heeft zeker een belangrijke bijdrage geleverd aan het leven van koning David. Mijn vriendschap in mijn jongelingsjaren met pastor S. Dissels, die nu voorganger is in Rotterdam, heeft mij door de eerste belangrijke jaren van mijn geloof geholpen. Christenmannen behoren vrienden te hebben. Christenvrouwen hebben hun vriendinnen en raken niet uitgepraat over de Here, hun gezin en over zichzelf; (ze praten niet over anderen, denk ik). Mannen moeten dat ook kunnen: over zichzelf praten met hun vriend. Ze hebben dat nodig. Dat zal een aanzet geven tot stabiele mannen, die op hun beurt weer andere mannen kunnen bereiken. Er komen genoeg mannen in de gemeente, die soms door de achterdeur weer verdwijnen, omdat ze geen vrienden kunnen maken of vinden. Dat kan en mag niet.
Tenslotte: christen-vader, geef extra aandacht aan uw kinderen. Doe iets extra’s met uw zonen en dochters, als u die heeft. Jongens en meisjes hebben hun vader nodig. Later zullen ze er dan ook naar verlangen uw Here te dienen. En vrouwen, bemoedig de mannen om vriendschappen te sluiten met broeders en om tijd te maken voor hun gezinnen.

share