Vermaan elkander

Terecht zegt Gods Woord dat we lief moeten zijn voor elkaar en dat die liefde ongeveinsd moet zijn. Sommige mensen hebben op de ver­keerde manier lief, omdat ze niet durven zeggen wat ze den­ken. Ze durven niet, omdat ze bang zijn om de ander pijn te doen, of, wat veel meer voor­komt, ze durven niet te zeggen wat ze denken als de persoon in kwestie voor hen staat. En sommigen hebben angst om van de ander een grote mond te krijgen. Soms moeten we van derden vernemen hoe een bepaald iemand over ons denkt. Het blijkt dan juist iemand te zijn die in onze tegenwoor­dig­heid slechts lovende woor­den over ons spre­ekt.­

Waarom denkt u dat men juist in christelijke kringen niet altijd durft te zeggen wat men van de ander denkt? Omdat we weten dat de meeste mensen het niet fijn vinden om gecorri­geerd te worden. We wor­den dan gecon­fron­teerd met opmer­kingen als “Wie denkt u wel dat u bent?” en “Be­moei u met uw eigen za­ken.”  Men­sen willen alleen maar datgene horen dat hun oren streelt. De mens wil naar de mond gepraat wor­den. Toch zijn onze beste vrienden, broeders en zus­ters, dege­nen die ons durven te wijzen op onze fou­ten. Salomo zegt het heel tref­fend:­“Een onomwonden be­straffing is beter dan verbor­gen lief­de; oprecht ge­meend zijn de won­den door een vriend gesla­gen, maar overvloedig zijn de kussen van een vij­and.”Spreuken 27:5,6.

Ook word ik geconfronteerd met gevallen, waarbij gelovigen geen “nee” willen horen. Een afwijkende mening wordt niet gewaardeerd of aanvaard. Het gevolg is: einde vriendschap. Zolang u doet en zegt wat ik wil, zijn we vrienden, denken ze. Het moet zeer frus­trerend zijn om zulke zogenaamde vrienden te hebben. We hebben ech­ter vrien­den nodig, met wie we op een normale wijze alles moe­ten kun­nen bespreken. Dus leuke, maar ook minder leuke zaken. Niet bang zijn om de ander op een fout te wijzen, want u hebt elkander lief. De enige vermaning die echt werkt, is de liefdevolle vermaning. Onge­veinsde liefde kan niet bestaan zonder vermaning. Waar oprech­te liefde heerst, zal er ruimte zijn voor cor­rectie. Pau­lus zegt meerdere malen aan de gelovigen:­“Vermaant elkander”­. De Here spoort ons aan de broeder of zuster, bij wie we zonde constateren, onder vier ogen te vermanen. De ware gelovige aanvaardt vermaning en correc­tie. De huiche­laar be­schouwt een cor­rectie of vermaning als een persoonlijke aanval.

Kind van God, in geen geval bedoel ik dat u naarstig om u heen moet kijken en moet gaan zoeken naar fouten van anderen. U zou in dat geval volkomen voorbijgaan aan uw eigen fouten. Maar wat ik bedoel is, dat wij open moeten staan voor vermaning en correctie.­“Wij struikelen allen in velerlei opzicht.” Romeinen 3:2.

share