Gods voorwaarde
Veel kinderen van God vragen de Here regelmatig om vergeving van hun zonden. Ze bidden: “Here, vergeef mij, want ik heb opnieuw gezondigd.” Daarna gaan ze verder in de overtuiging dat God hun zonden heeft vergeven. Maar is die overtuiging terecht?
Als een zondaar tot de Heer Jezus komt en aldus bidt, zal hij /zij vergeving ontvangen als die persoon met een berouwvol hart tot God komt.
Maar van een kind van God, een gelovige, wordt meer gevraagd. De passage in 1 Johannes 1 vers 9 spreekt in dit verband boekdelen. Het gaat over wederom geboren kinderen Gods. Wij maken ook fouten. “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” Kinderen van God moeten hun zonden benoemen en belijden. Ze moeten duidelijk aangeven om welke zonde(n) het gaat. Bijvoorbeeld: “Ik heb gelogen”, “ik heb gestolen”, “ik heb geroddeld”, “ik heb gelasterd”, enzovoort.
God wil onze fouten uit onze eigen mond horen. Daarom schrijft de apostel: “Indien wij onze zonden belijden.” Het gaat om het eerlijk en concreet belijden van de zonden die we hebben gedaan.
Soms komen gelovigen naar mij toe en zeggen: “Pastor, ik vergeef u.” Dan vraag ik direct: “Waarvoor vergeeft u mij? Ik wil dat graag weten.”
Anderen zeggen: “Pastor, vergeef mij.” Dan antwoord ik: “Goed, maar waarvoor moet ik u vergeven? Ik moet toch weten waarvoor ik u moet vergeven.” Misschien heb ik u niets te vergeven!
Het moet duidelijk zijn dat als we naar de Heer stappen om Hem vergeving te vragen, we niet moeten vergeten om onze fouten oprecht te belijden.
Dan zegt Gods heilig Woord: “Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”

