De Samenkomst – deel 2
De Bijbel roept ons op om onze samenkomsten niet te verzuimen. Dit maakt duidelijk dat iedere gelovige een gemeente nodig heeft. Deze Bijbeltekst spreekt de gedachte tegen dat je geen gemeente nodig hebt en God thuis kunt dienen.
Het bijwonen van de samenkomsten – en bij voorkeur van de Heer die van je eigen gemeente – is van groot belang. Niet alleen voor de plaatselijke gemeente, maar ook voor uw persoonlijk leven.
Tijdens de samenkomst wordt de Heer samen geprezen en aanbeden. De lofprijs stijgt op tot God en klinkt uit de mond van alle aanwezigen.
De praiseleider heeft hierin een dienende taak: hij leidt de gemeente in aanbidding, met zijn aandacht volledig gericht op de Heer en de gemeente. Het gaat er niet om zelf in het middelpunt te staan of lof van mensen te ontvangen, maar om samen God de eer te geven die Hem toekomt. Het is belangrijk dat de Heer, onze God, te midden van de gemeente door alle gelovigen wordt geloofd en geprezen. Een geroepen en gezalfde praiseleider ziet erop toe dat dit gebeurt.
Daarnaast is het van groot belang de samenkomsten te bezoeken. Daar komen we onder het Woord, ervaren we de tegenwoordigheid van de Heer en ontvangen we de zegen die voortkomt uit het horen van Zijn Woord.
In Openbaring 1 vers 3 staat: “Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.” Deze woorden gelden voor iedere samenkomst en voor elke gemeente.
Tenslotte, wat deze overdenking betreft: we behoren de samenkomsten van onze eigen gemeente te bezoeken, opdat we gemeenschap – fellowship – kunnen hebben met onze broeders en zusters. We zijn werkelijk broeders en zusters van elkaar, leden van het huisgezin van God.
Samenvattend
We doen er goed aan de samenkomsten niet te missen, want ze brengen ons de volgende zegeningen:
- De Heer, onze God, loven en prijzen te midden van de gemeente;
- Onder het Woord zijn, wetend dat de Heer werkelijk aanwezig is;
- Gemeenschap hebben met onze broeders en zusters, als leden van het huisgezin van God.

